← Terug naar ARVO

Kennis & praktijk

Kennisbank.

Voedselveiligheid en wetgeving, vertaald naar uw praktijk.

Bekijk de RASFF-weekoverzichten of lees de uitleg over verpakkingen, allergenen en ontbossingsvrije producten. Met praktische aandachtspunten en officiële bronnen.

Waar wilt u meer over weten?

Kies een onderwerp. Het overzicht opent in een apart venster op deze pagina.

Wekelijks voedselveiligheidsoverzicht

RASFF-weekoverzicht

Hier verschijnt het weekoverzicht zodra het is gepubliceerd.

Bekijk de officiële RASFF-meldingen

Verpakkingen & wetgeving

PPWR in gewone taal.

Welke verpakking mag u gebruiken, wat moet u aantonen en wanneer gaat welke eis in?

PPWR is de Europese verordening voor verpakkingen en verpakkingsafval: (EU) 2025/40. Het doel is minder verpakkingsafval, minder schadelijke stoffen en meer recycling en hergebruik. Dit geldt ook voor voedselverpakkingen.

De PPWR is in het algemeen al van toepassing sinds 12 augustus 2026. De afzonderlijke eisen starten op verschillende momenten. Hieronder ziet u wat nu geldt en wat later volgt.

Gecontroleerd op 11 oktober 2026 · Kernpunten voor voedingsbedrijven · Klik op een onderwerp om de uitleg te openen.

1. Voor wie geldt de PPWR?

Voor alle verpakkingen die op de EU-markt komen: kunststof, papier, karton, glas, metaal en combinaties daarvan. Denk aan het bakje om uw product, de doos om meerdere bakjes en de verpakking rond een pallet. Ook lege verpakkingen vallen onder de regels.

Uw rol bepaalt uw verplichtingen
Uw situatieWat betekent dit?
U laat een verpakking of verpakt product onder uw eigen naam of merk maken.U bent doorgaans de fabrikant volgens de PPWR, ook als een ander het product voor u verpakt. U bent dan verantwoordelijk voor de beoordeling en de EU-conformiteitsverklaring.
U haalt verpakkingen of verpakte producten van buiten de EU.Controleer uw rol als importeur en de bijbehorende controles, documenten en contactgegevens.
U levert verpakkingsmateriaal of verkoopt verpakte producten door.Leveranciers moeten noodzakelijke informatie doorgeven; distributeurs hebben eigen controleverplichtingen.

Klein bedrijf betekent niet automatisch vrijgesteld. Er zijn specifieke uitzonderingen, onder meer voor bepaalde micro-ondernemingen. Laat uw rol bepalen aan de hand van uw werkelijke handels- en productiestroom.

Wettelijke basis: artikel 3, 15–19 en de toelichting van de Europese Commissie. De rol voor producentenverantwoordelijkheid kan anders zijn dan de rol van fabrikant.

2. De tijdlijn: wat gaat wanneer in?

Een datum met “of later” is geen vaste einddatum. De wet koppelt die eis aan aanvullende EU-regels. Het later vallende moment telt; een voorstel is nog geen geldende wet.

Belangrijkste ingangsdatums
DatumEis in gewone taalVoorwaarden / wetsartikel
11 februari 2025De PPWR treedt in werking.Juridische start; algemene toepassing volgt later. Art. 71.
12 augustus 2026Algemene toepassing. Onder meer PFAS-grenzen voor voedselcontactverpakkingen, documentatie en de algemene eis van recyclebaarheid.Alleen de op dat moment toepasselijke eisen. De grens voor zware metalen bestond al. Art. 5, 6, 15 en 71.
12 februari 2027Bij afhaaldranken en direct eetbare afhaalmaaltijden moet de klant een eigen geschikte verpakking kunnen gebruiken.Horeca; zonder hogere prijs, met behoud van voedselhygiëne. Art. 32.
12 februari 2028Bepaalde thee-/koffiezakjes, zachte drankporties die met de inhoud worden weggegooid en fruit-/groentestickers moeten industrieel composteerbaar zijn.Geen algemene composteerplicht voor alle verpakkingen of alle koffiecapsules. Art. 9.
12 februari 2028Zo weinig mogelijk onnodige lege ruimte in de verkoopverpakking. Horeca moet ook een herbruikbare afhaaloptie aanbieden.Beschermende gassen bij voedsel tellen hierbij niet als lege ruimte. Voor de horeca-optie bestaat een uitzondering voor micro-ondernemingen. Art. 24 lid 4 en 33.
12 augustus 2028 of laterGeharmoniseerde materiaal-/sorteerlabels worden verplicht.Of 24 maanden na de relevante uitvoeringsregels, als dat later is. Met uitzonderingen, onder meer voor bepaalde transport- en statiegeldverpakkingen. Art. 12 lid 1.
12 februari 2029 of laterHerbruikbare verpakkingen krijgen een herkenbaar label en digitale informatie.Of 30 maanden na de uitvoeringsregels van art. 12 lid 6, als dat later is. Art. 12 lid 2.
1 januari 2030Strengere eisen aan zo licht en klein mogelijk verpakken, beperkingen op specifieke wegwerpverpakkingen en hergebruikdoelen voor bepaalde verpakkingen.Geen algemeen verbod op kunststof. Toepassing en uitzonderingen hangen af van verpakking en gebruik. Art. 10, 25 / bijlage V en 29.
1 januari 2030 of laterVerpakkingen moeten een toegestane recyclebaarheidsklasse A, B of C halen.Of 24 maanden na de bijbehorende gedelegeerde regels, als dat later is. De algemene recyclebaarheidseis geldt al. Art. 6.
1 januari 2030 of laterMinimumaandelen gerecycled kunststof en maximaal 50% lege ruimte in bepaalde verpakkingen.Gerecycled kunststof: of 3 jaar na de uitvoeringsregels van art. 7 lid 8. Lege ruimte: of 3 jaar na de bijbehorende rekenmethode. Steeds het latere moment. Art. 7 en 24.
1 januari 2035 of laterEen extra toets: verpakkingen moeten ook daadwerkelijk op grote schaal worden gerecycled.Of 5 jaar na de bijbehorende uitvoeringsregels, als dat later is. Art. 6.
1 januari 2038Recyclebaarheidsklasse C valt af; alleen A en B blijven toegestaan.Met de toepasselijke uitzonderingen van art. 6.
1 januari 2040De minimumpercentages gerecycled kunststof gaan verder omhoog.PET-voedselcontact e.d.: 50%; andere contactgevoelige kunststof: 25%; wegwerpdrankflessen en overige kunststof: 65%. Categorieën en uitzonderingen van art. 7 blijven bepalend.
3. Wat moet u nu al op orde hebben?
  • Weten welke verpakking u gebruikt. Leg materiaal, onderdelen, leverancier en artikel-/versiegegevens vast.
  • Aantonen dat de huidige eisen worden gehaald. Bijvoorbeeld de stoffenlimieten en de algemene recyclebaarheidseis.
  • Uw verantwoordelijkheid regelen. De fabrikant moet een conformiteitsbeoordeling, technisch dossier en EU-conformiteitsverklaring verzorgen voor de toepasselijke eisen. Leveranciersinformatie kan hiervoor de basis vormen.
  • Identificatie en contactgegevens regelen. Controleer de voorgeschreven product-/batchidentificatie en fabrikant- of importeurgegevens; waar nodig mag informatie op begeleidende documenten staan.
  • Documenten bewaren. Voor fabrikanten: 5 jaar bij eenmalige en 10 jaar bij herbruikbare verpakkingen, gerekend vanaf het op de markt brengen.

Een verklaring voor veilig voedselcontact bewijst niet vanzelf dat u aan de PPWR voldoet. Beide beoordelingen blijven nodig. Een claim als “duurzame verpakking” is evenmin een wettelijke conformiteitsverklaring.

Ook bestaande regels voor voedselcontact, hygiëne en nationale producentenverantwoordelijkheid blijven relevant. Controleer die per afzetland. PPWR vervangt uw voedselveiligheidsbeoordeling niet.

Wettelijke basis: artikel 5, 6, 15–22, 38–39 en bijlagen VII–VIII; producentenverantwoordelijkheid: hoofdstuk VIII.

4. PFAS en zware metalen: wat betekent dit?

PFAS: sinds 12 augustus 2026 mag voedselcontactverpakking niet voor het eerst op de EU-markt komen als een van de onderstaande grenzen wordt bereikt of overschreden. Dit is geen eis dat iedere verpakking letterlijk nul PFAS bevat.

PFAS-grenzen in voedselcontactverpakkingen — artikel 5 lid 5
Wat wordt beoordeeld?Niet toegestaan vanafUitleg
Een afzonderlijke PFAS25 µg/kg (25 ppb)Gerichte analyse; polymere PFAS tellen in deze toets niet mee.
De som van PFAS250 µg/kg (250 ppb)Gerichte analyse, waar van toepassing na omzetting van voorlopers; zonder polymere PFAS.
PFAS, inclusief polymere PFAS50 mg/kg (50 ppm)Bij totaal fluor boven 50 mg/kg kan onderbouwing worden gevraagd van het aandeel PFAS en niet-PFAS.

Zware metalen: de som van lood, cadmium, kwik en zeswaardig chroom mag in verpakking of verpakkingsonderdelen in beginsel maximaal 100 mg/kg zijn. Dit is een bestaande eis; er zijn specifieke uitzonderingen.

Let op oude voorraad. “Voor 12 augustus gemaakt of ingekocht” betekent niet automatisch vrijgesteld. Bepalend is wanneer de verpakking voor het eerst op de EU-markt wordt gebracht. Volgens de Commissie is dit bij voedselcontactverkoopverpakking doorgaans het moment waarop zij gevuld op de markt komt. Er is geen algemene uitverkooptermijn voor nog niet op de markt gebrachte voorraad.

Vraag bewijs voor de werkelijke verpakking, inclusief relevante coatings, bedrukking en lijmen. Een algemene zin “PFAS-vrij” zonder artikelkoppeling, beoordelingsmethode en afbakening is onvoldoende onderbouwing. Niet elke verpakking in een voedingsbedrijf is voedselcontactverpakking.

Wettelijke basis: artikel 5 lid 4–5; voorraad en toetsing: Commissie-toelichting C/2026/3084.

5. Wat verandert rond 2030 aan uw verpakking?

Recyclebaar: de gedetailleerde beoordeling krijgt klassen A, B en C. Vanaf de toepasselijke startdatum rond 2030 moet ten minste klasse C worden gehaald; vanaf 2038 minimaal B. “Het materiaal is recyclebaar” zegt nog niet genoeg over de complete verpakking met etiket, coating en lijm.

Gerecycled kunststof: de eerste minimumpercentages hieronder gelden vanaf 1 januari 2030, of 3 jaar na de relevante uitvoeringsregels als dat later is. De berekening gebeurt per verpakkingstype en -formaat, gemiddeld per productielocatie en jaar.

Eerste minimumpercentages gerecycled kunststof — artikel 7
CategorieMinimum
Contactgevoelige PET-verpakking, zoals veel voedselcontactverpakkingen, behalve wegwerpdrankflessen30%
Andere contactgevoelige kunststofverpakking, behalve wegwerpdrankflessen10%
Wegwerpdrankflessen van kunststof30%
Overige kunststofverpakking35%

Er zijn uitzonderingen, onder meer voor specifieke medische en babyvoedingstoepassingen. Gerecycled materiaal moet voor voedselcontact óók veilig en wettelijk toegestaan zijn. De categorie van uw verpakking bepaalt het percentage.

Minder materiaal en lucht: vanaf 2030 moeten gewicht en volume worden beperkt tot wat nodig is. De 50%-grens voor lege ruimte geldt voor groeps-, transport- en e-commerceverpakkingen vanaf de eigen, eventueel latere startdatum. Dit is geen algemene 50%-regel voor ieder voedingsbakje. Opvulmateriaal telt bij deze berekening als lege ruimte.

Specifieke wegwerpformaten: bepaalde kunststofverpakkingen worden beperkt, bijvoorbeeld voor onbewerkte verse groente en fruit onder 1,5 kg en bepaalde individuele horeca-porties. De exacte toepassing en uitzonderingen staan in bijlage V. Dit is geen totaalverbod op kunststofverpakkingen.

Hergebruik: voor bepaalde transportverpakkingen geldt vanaf 2030 een gezamenlijk doel van 40% hergebruik. Bij vervoer binnen een bedrijf of tussen bedrijven in dezelfde lidstaat gelden voor de betrokken formats in beginsel 100%-eisen. Er zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld voor kartonnen dozen en bepaalde direct voedselcontact hebbende flexibele verpakkingen. Palletwikkelfolie en omsnoeringsband voor palletstabilisatie zijn door Besluit 2026/429 vrijgesteld van die 100%-eisen; het algemene 40%-doel is daarmee niet geschrapt.

Wettelijke basis: artikel 6, 7, 10, 24, 25, 29, bijlage V en Besluit (EU) 2026/429.

6. Wat vraagt u aan uw verpakkingsleverancier?

Praktisch ARVO-advies: vraag een dossier dat aansluit op uw eigen verpakking. Dit is een werkwijze om wettelijke naleving te onderbouwen, geen lijst met afzonderlijke wettelijke testplichten.

Een bruikbaar leveranciersdossier
Vraag omWaarom?
Artikelcode, versie en materiaalopbouwU moet weten op welke verpakking de informatie slaat, inclusief lagen, coatings, lijmen, bedrukking en etiketten.
Onderbouwing van PFAS en zware metalenMet toepasselijke grenzen, beoordelingsmethode en koppeling aan het artikel.
Informatie voor PPWR-beoordeling en de verklaringInclusief wat nu aantoonbaar voldoet en welke toekomstige eisen nog openstaan. Bepaal wie juridisch de fabrikant is.
VoedselcontactdocumentatieVoor uw product, contacttijd en temperatuur. Beoordeel waar vereist ook migratie en geschiktheid van gerecycled materiaal.
Recyclebaarheid en aandeel gerecycled kunststofMet de gebruikte methode en reikwijdte; een algemeen duurzaamheidslogo is geen bewijs.
Een afspraak over wijzigingenEen andere folie, inkt, lijm of leverancier kan een nieuwe beoordeling nodig maken.

Niet automatisch alles opnieuw laten testen. Bepaal welke betrouwbare leveranciersgegevens, samenstellingsinformatie en onderzoeksresultaten beschikbaar zijn. Laat aanvullend onderzoek doen waar het bewijs of de risicobeoordeling dat nodig maakt.

7. Waar begint u morgen mee?
  1. Maak één verpakkingslijst. Neem bakjes, folies, etiketten, dozen, pallets en wikkelfolie mee.
  2. Bepaal uw rol en het gebruik. Eigen merk of import? Voedselcontact of transport? Eenmalig of herbruikbaar?
  3. Controleer de eisen die al gelden. Begin bij voedselcontactverpakkingen, stoffenlimieten en uw documentatie.
  4. Leg ontbrekend bewijs vast. Geef iedere actie een verantwoordelijke en een datum.
  5. Maak een plan voor de volgende stappen. Controleer recyclebaarheid, materiaalkeuze, ruimte en hergebruik voordat u een nieuwe verpakking bestelt.

Voorbeeld: bij een vleesbakje met folie en etiket beoordeelt u de complete combinatie voor recyclebaarheid. Voor veilig voedselcontact kijkt u naar het beoogde product en gebruik. De omdoos en palletwikkelfolie horen ook in de verpakkingslijst, maar hebben niet automatisch dezelfde PFAS-voedselcontactplicht.

Wilt u dit vertalen naar uw eigen verpakkingsdossier? Bespreek uw PPWR-vraag met ARVO.

Officiële bronnen en afbakening

Dit overzicht behandelt de belangrijkste PPWR-product- en bedrijfseisen voor voedingsbedrijven. Uitzonderingen, nationale afval-/producentenregels en eisen voor specifieke producten vragen een afzonderlijke beoordeling. De wettekst is leidend; de Commissie-toelichting verduidelijkt de toepassing en wijzigt de wet niet. Toekomstige EU-uitwerkingen kunnen de hierboven als voorwaardelijk genoemde datums nader bepalen.

Allergenen & etikettering

Wanneer moet ‘kan bevatten’ op uw etiket staan?

Een duidelijke waarschuwing begint bij weten wat er in uw product terecht kan komen.

Een allergeen kan een allergische reactie veroorzaken. Daarom moet de consument kunnen zien welke allergenen in een product zitten en voor welke onbedoelde aanwezigheid moet worden gewaarschuwd. Hieronder leggen we de belangrijkste stappen uit voor voedingsbedrijven die voorverpakte producten op de Nederlandse markt brengen.

Sinds 1 januari 2026 geldt de Nederlandse beleidsregel voor allergenenetikettering uit voorzorg. Eerst voorkomt u kruisbesmetting zo veel mogelijk. Daarna beoordeelt u het resterende risico. Die beoordeling bepaalt of een waarschuwing nodig is.

Bronnen gecontroleerd op 15 oktober 2026 · Nederland · Klik op een onderwerp om de uitleg te openen.

1. Ingrediënt of kruisbesmetting: wat is het verschil?
Twee verschillende situaties
SituatieVoorbeeldWat doet u?
Het allergeen is bewust als ingrediënt gebruikt.Melkpoeder in een recept voor koekjes.Vermeld het allergeen volgens de ingrediëntenregels en benadruk het in de ingrediëntenlijst, bijvoorbeeld vetgedrukt.
Het allergeen kan onbedoeld in het product komen.Melkpoederresten uit een eerder gemaakt product op dezelfde lijn.Voorkom de overdracht en beoordeel daarna of een waarschuwing voor het resterende risico nodig is.

‘Kan bevatten’ is geen vervanging voor een ingrediëntvermelding. Melk die bewust in het recept zit, wordt als ingrediënt aangegeven. Gebruik de waarschuwing niet om een onjuist recept of etiket op te lossen.

De 14 wettelijke groepen zijn glutenbevattende granen, schaaldieren, ei, vis, pinda, soja, melk, de aangewezen notensoorten, selderij, mosterd, sesam, sulfiet, lupine en weekdieren. De wet kent bepaalde uitzonderingen voor afgeleide producten en een drempel voor sulfiet.

Noem de juiste soort: bijvoorbeeld tarwe of hazelnoot. Een algemene vermelding ‘gluten’ of ‘noten’ is niet altijd voldoende. Voor onverpakte producten gelden ook informatieplichten, maar de manier van informeren kan verschillen.

EU-wetgeving: Verordening (EU) 1169/2011, artikel 9, 21 en 44 en bijlage II. Nederlandse toelichting: NVWA.

2. Wanneer is ‘kan bevatten’ nodig — en wanneer niet?

PAL betekent Precautionary Allergen Labelling: een waarschuwing voor mogelijke, onbedoelde aanwezigheid van een allergeen. In gewone taal: ‘kan bevatten’.

Van risico naar etiket
Uw beoordelingVervolg
U kunt kruisbesmetting voorkomen.Neem die maatregelen. Een waarschuwing vervangt goede beheersing niet.
Ondanks maatregelen kan de relevante referentiedosis worden overschreden.Waarschuw voor het betreffende allergeen, op basis van uw vastgelegde risicobeoordeling.
Een voldoende onderbouwde beoordeling laat geen overschrijding zien.Gebruik hiervoor geen PAL. Bekijk de aparte benadering voor ambachtelijke producten hieronder.
U weet onvoldoende over de mogelijke besmetting.Verzamel eerst bruikbare informatie. Een ontbrekend bewijs is geen bewijs dat er geen risico is.

De toegestane vormen zijn ‘Kan melk bevatten’ of bijvoorbeeld ‘Niet geschikt voor mensen met een melkallergie’. Een algemene tekst over een fabriek waar ook allergenen worden verwerkt, vervangt deze waarschuwing niet.

Ambachtelijke producten: de beleidsregel kent een andere benadering voor producten die de producent rechtstreeks in kleine hoeveelheden levert aan de eindverbruiker of aan plaatselijke detailhandel die rechtstreeks aan de eindverbruiker levert. PAL kan daar worden gebaseerd op een risicobeoordeling waaruit blijkt dat kruisbesmetting in de praktijk mogelijk is. Alleen ‘klein bedrijf’ zijn is niet de definitie.

Nederlandse beleidsregel: artikel 1–3. De referentiedosis is een beleidsmatige beoordelingswaarde, geen garantie dat niemand een allergische reactie krijgt.

3. Een PAL-berekening in gewone taal

U kijkt hoeveel eiwit van het allergeen iemand met een hoeveelheid product per eetmoment binnen kan krijgen. Het gaat dus niet alleen om de hoeveelheid achtergebleven poeder of om het gewicht van de verpakking.

Fictief voorbeeld: na beheersmaatregelen kan nog 20 gram melkpoeder in een volgende partij van 100 kilogram terechtkomen. We nemen uitsluitend voor dit voorbeeld 35% melkeiwit, volledige overdracht, gelijkmatige verdeling en een onderbouwde consumptie van 50 gram per eetmoment aan.

Rekenvoorbeeld — geen beoordeling van een werkelijk product
StapBerekeningUitkomst
Eiwit uit melk20 g melkpoeder × 35%7 g = 7.000 mg melkeiwit
Concentratie in het eindproduct7.000 mg ÷ 100 kg70 mg melkeiwit/kg product (70 ppm)
Hoeveelheid per eetmoment70 mg/kg × 0,050 kg3,5 mg melkeiwit
Vergelijking met de Nederlandse referentiedosis voor melk3,5 mg vergeleken met 2,0 mgOverschrijding in dit fictieve scenario

Met deze aannames is een melkwaarschuwing nodig als het risico na passende preventieve maatregelen blijft bestaan. De bijbehorende actielimiet is 2,0 mg ÷ 0,050 kg = 40 mg melkeiwit/kg product.

Gebruik echte, onderbouwde gegevens. Neem het relevante eiwitgehalte uit geschikte productinformatie en kies een realistische consumptiegrootte. Een verkoopverpakking is niet automatisch één eetmoment. Controleer bij analyses of de uitslag het allergeeneiwit, het ingrediënt of een andere meetbasis betreft.

Een gemiddelde kan plaatselijke besmetting verbergen. Een stukje noot of achtergebleven product kan in één portie terechtkomen. Dan mag u het risico niet wegmiddelen over de hele partij. Beoordeel ook onzekerheden en het werkelijke productieproces. Voor glutenbevattende granen en sulfiet gelden bijzondere uitgangspunten; pas het melkvoorbeeld daar niet één op één op toe.

Beoordelingswaarden en eenheden: bijlage bij de Nederlandse beleidsregel. Dit voorbeeld is een ARVO-uitleg van de rekenstappen.

4. Wat vraagt u aan uw leverancier?

Praktisch ARVO-advies: verzamel informatie waarmee u uw eigen risico kunt beoordelen. Neem een waarschuwing van de leverancier niet automatisch over; het gebruik in uw eindproduct telt mee.

Vragen voor een bruikbaar leveranciersdossier
VraagWaarom?
Welke allergenen zijn bewust aanwezig?Voor uw recept, productspecificatie en ingrediëntenvermelding.
Welke kruisbesmetting is mogelijk en waar ontstaat die?Om het resterende risico te begrijpen.
Waarop is een PAL gebaseerd?Vraag relevante risicobeoordeling, concentratie-/deeltjesinformatie en gebruikte eenheden.
Welke beheersing en controles worden uitgevoerd?Bijvoorbeeld scheiding, reiniging en de onderbouwing dat die werken.
Wanneer horen wij over wijzigingen?Een andere receptuur, locatie, lijn of grondstof kan uw beoordeling veranderen.

Een algemene verklaring ‘allergenenvrij’ zonder afbakening is onvoldoende om iedere toepassing te beoordelen. Spreek af op welk artikel en welke versie de informatie betrekking heeft.

5. Hoe voorkomt u kruisbesmetting?

U moet kruisbesmetting voorkomen of zo veel mogelijk beperken. Hoe u dat doet, hangt af van uw proces. Hieronder staan praktische ARVO-voorbeelden, geen universeel verplicht test- of reinigingsschema.

  • Opslag: houd grondstoffen gesloten en voorkom morsen boven andere producten.
  • Productie: kies een passende volgorde en beheers wisselingen van allergeenprofiel.
  • Hulpmiddelen: voorkom overdracht via scheppen, bakken, kleding en transportmiddelen.
  • Reiniging: onderbouw dat de gekozen aanpak het relevante allergeen voldoende verwijdert.
  • Herwerk: verwerk resten alleen waar hun allergenenprofiel is meegenomen.
  • Etiketten: controleer dat product, receptuur en etiket bij elkaar horen.

Een visueel schone machine of één negatieve analyse bewijst niet vanzelf dat elk allergenenrisico beheerst is. Gebruik controles die passen bij het product, de methode en mogelijke ongelijkmatige besmetting.

6. Is uw allergenendossier op orde?

Met deze praktische ARVO-checklist maakt u uw beoordeling navolgbaar:

  1. Een actuele lijst van producten, recepten en bewust aanwezige allergenen.
  2. Leveranciersinformatie gekoppeld aan de juiste artikelen en versies.
  3. Een beoordeling van mogelijke kruisbesmetting via grondstoffen en het eigen proces.
  4. De preventieve maatregelen en de onderbouwing van hun werking.
  5. Waar van toepassing: rekengegevens, meetbasis, consumptiegrootte en referentiedosis.
  6. De conclusie per allergeen en het bijbehorende goedgekeurde etiket.
  7. Een verantwoordelijke en een afspraak over opnieuw beoordelen bij veranderingen.

U hoeft niet voor ieder product automatisch dezelfde analyses uit te voeren. Bepaal welke informatie en verificatie uw beoordeling betrouwbaar maken. Een aangepast recept, een andere leverancier of een andere lijn kan aanleiding zijn voor een nieuwe beoordeling.

Hulp nodig bij uw risicobeoordeling, PAL-berekening of etiket? Bespreek uw allergenenvraag met ARVO.

Officiële bronnen en afbakening

Dit overzicht scheidt EU-etiketteringsregels, Nederlands PAL-beleid en praktische ARVO-adviezen. De Nederlandse aanpak is niet automatisch de aanpak in andere landen. Voor bijzondere producten, claims of afzetmarkten is een afzonderlijke beoordeling nodig. De voorbeelden zijn fictief en vormen geen goedkeuring van een werkelijk product.

Herkomst & ontbossing

EUDR in eigen woorden.

Weten waar uw product vandaan komt — en kunnen aantonen dat het niet bijdraagt aan ontbossing.

EUDR is de Europese ontbossingsverordening, (EU) 2023/1115. Voor producten die onder de regels vallen, moet de keten aantoonbaar in orde zijn: ontbossingsvrij, geproduceerd volgens de relevante wetgeving van het productieland en gedekt door de vereiste verklaring.

De wet bestaat al; de belangrijkste bedrijfsverplichtingen starten later. De algemene start is 30 december 2026. Voor bepaalde micro- en kleine ondernemingen geldt 30 juni 2027. Voor producten die in 2026 nieuw zijn toegevoegd, geldt 30 december 2027. Controleer daarom zowel uw product als uw bedrijfsrol.

Gecontroleerd op 21 oktober 2026 · Voor voedingsbedrijven en hun leveranciers · Open een onderwerp voor de praktische uitleg.

1. Welke producten vallen eronder?

De zeven grondstofgroepen zijn runderen, cacao, koffie, oliepalm, rubber, soja en hout. De concrete producten staan met hun douanecode (GN/HS-code) in bijlage I. Die lijst bepaalt de reikwijdte; niet ieder levensmiddel met een van deze ingrediënten valt er automatisch onder.

Voorbeelden om uw assortiment te screenen
ProductgroepWaar kijkt u naar?
RundvleesVers, gekoeld en bevroren rundvlees staat in de lijst. Controleer voor organen en andere delen steeds de specifieke code.
Cacao en chocoladeOnder meer cacaobonen, cacaoboter en chocolade. Beoordeel een samengesteld product op zijn eigen douanecode.
Koffie, soja en palmproductenControleer de precieze productomschrijving en code, inclusief de wijzigingen van 2026.
Hout, papier en kartonBeoordeel materiaal én gebruik. Verpakkingen die alleen een ander product ondersteunen, beschermen of vervoeren en daarbij worden aangeboden, zijn uitgezonderd. Los verhandelde verpakkingen vragen een eigen beoordeling.

Bron: bijlage I, gewijzigd door (EU) 2026/2102. Nieuw toegevoegde producten, zoals oploskoffie, bepaalde palmderivaten en bevroren rundertongen, starten op 30 december 2027. De voorbeelden zijn geen volledige productlijst.

2. Wanneer moet uw bedrijf klaar zijn?
Toepassingsdata volgens de vastgestelde wijzigingen
SituatieStart belangrijkste verplichtingen
Algemene regel, waaronder middelgrote en grote ondernemingen30 december 2026
Exploitanten die uiterlijk 31 december 2024 als natuurlijke persoon, micro- of kleine onderneming kwalificeerden, voor zover de wettelijke uitzondering geldt30 juni 2027
Producten die al onder de EU-houtverordening (EUTR) vielen30 december 2026. Controleer daarnaast de afzonderlijke houtovergangsregels.
Nieuw toegevoegde producten uit (EU) 2026/210230 december 2027

‘Wij zijn klein’ is geen volledige beoordeling. Leg de ondernemingsgrootte, peildatum, ketenrol en productcode vast. Een klant kan eerder informatie vragen om zelf tijdig klaar te zijn; zo’n contractuele afspraak is niet automatisch uw wettelijke startdatum.

Bron: artikel 38, gewijzigd door (EU) 2025/2650, en de Europese Commissie. Deze uitstel- en vereenvoudigingsregels zijn vastgesteld recht. Een aankondiging of nieuw voorstel verandert de verplichtingen pas nadat de wijziging rechtsgeldig is vastgesteld en van toepassing wordt.

3. Wat betekent ‘ontbossingsvrij’?

De grondstoffen mogen niet afkomstig zijn van grond die na 31 december 2020 is ontbost. Voor hout geldt daarnaast een eis over bosdegradatie. Ook moet de productie voldoen aan de relevante wetgeving in het productieland, bijvoorbeeld over landgebruik en rechten op het gebied.

Daarvoor is herkomstinformatie nodig die teruggaat naar de productiepercelen. Bij runderen gaat het om de locaties van de bedrijven waar de dieren zijn gehouden. Alleen de naam van het exportland of het adres van de handelaar is daarvoor onvoldoende.

Een certificaat kan helpen, maar vervangt de wettelijke beoordeling niet. Een duurzaamheidslogo, biologisch certificaat of algemene leveranciersverklaring is op zichzelf geen volledige EUDR-onderbouwing.

Bron: artikelen 2, 3 en 9 en de Commissie-uitleg over due diligence.

4. Wie moet wat doen in de keten?

De vereenvoudiging van 2025 maakt onderscheid tussen degene die een relevant product voor het eerst op de EU-markt brengt en bedrijven verderop in de keten.

  • Eerste marktdeelnemer, bijvoorbeeld een importeur: voert vooraf due diligence uit en dient een zorgvuldigheidsverklaring (DDS) in het EU-informatiesysteem in.
  • Micro- of kleine primaire producent in een laagrisicoland: kan onder specifieke voorwaarden een eenmalige vereenvoudigde verklaring gebruiken. Dit is geen algemene vrijstelling voor kleine importeurs.
  • Verwerker of handelaar verderop: houdt leveranciers- en zakelijke afnemersinformatie minstens vijf jaar bij. Bij uitsluitend reeds afgedekte relevante producten is geen eigen DDS nodig. Grote bedrijven hebben daarnaast registratie- en specifieke verificatieplichten.
  • Eerste afnemer na de marktdeelnemer: bewaart ook het ontvangen DDS-nummer of de identificatie van de vereenvoudigde verklaring, minstens vijf jaar. Dit nummer hoeft vervolgens niet standaard door de hele verdere keten te worden doorgegeven.

Bij aanwijzingen voor niet-naleving zijn vervolgacties en informatie aan afnemers en bevoegde autoriteiten nodig. Eén bedrijf kan per handelsstroom verschillende rollen hebben.

Bron: artikelen 4, 4a en 5, zoals gewijzigd in 2025, en de Commissie-pagina over ketenrollen.

5. Hoe werkt due diligence in gewone taal?
  1. Verzamel het bewijs. Product, hoeveelheid, leverancier, productieland, productieperiode, locaties en controleerbare informatie over legale, ontbossingsvrije productie.
  2. Beoordeel de risico’s. Kloppen de gegevens? Zijn partijen gemengd? Kunt u de herkomst volgen? Hoe betrouwbaar is het bewijs?
  3. Los onzekerheden op. Vraag aanvullend bewijs of voer passende controles uit totdat geen of slechts een verwaarloosbaar risico resteert.

Pas daarna kan de verantwoordelijke marktdeelnemer de vereiste verklaring indienen en het product op de markt brengen of uitvoeren. Bewaar de onderbouwing vijf jaar en beoordeel het due-diligencesysteem minstens jaarlijks opnieuw.

Laag risico betekent niet zonder bewijs. Onder voorwaarden is vereenvoudigde due diligence mogelijk, maar informatieverzameling blijft nodig. Signalen van omzeiling of niet-naleving vragen alsnog een volledige beoordeling.

Bron: artikelen 8–13 en de Commissie-uitleg over due diligence.

6. Waar begint u morgen mee?

Praktisch ARVO-advies: begin bij uw werkelijke producten en handelsstromen.

  1. Maak een artikellijst met productomschrijving en GN/HS-code.
  2. Leg per stroom vast: rechtstreeks importeren, inkopen binnen de EU, verwerken, doorverkopen of exporteren.
  3. Bepaal uw rol, toepassingsdatum en de informatie die daarbij hoort.
  4. Spreek met leveranciers af wie welke gegevens en verklaringen levert.
  5. Koppel bewijs en ontvangen referenties aan de juiste goederenstroom; leg ontbrekende informatie en acties vast.
  6. Wijs een verantwoordelijke aan en probeer de werkwijze met één echte levering.

Voorbeeld: zelf cacao van buiten de EU invoeren vraagt een andere aanpak dan chocolade inkopen bij een EU-leverancier en doorverkopen. Gebruik daarom niet voor elke leverancier hetzelfde standaardformulier.

Hulp nodig met uw productlijst, ketenrol of leveranciersdossier? Bespreek uw EUDR-vraag met ARVO.

Officiële bronnen en afbakening

Broncontrole: 21 oktober 2026. Gebaseerd op de gepubliceerde wetgeving en actuele informatie van de Europese Commissie. De productlijst is in september 2026 gewijzigd. Oudere uitleg met andere startdata of een DDS voor iedere volgende schakel kan achterhaald zijn.

Dit overzicht is een praktische introductie. De wettekst is leidend; richtsnoeren en FAQ’s leggen uit maar wijzigen de wet niet. Productcodes, ondernemingsgrootte, overgangsvoorraden en bijzondere ketens vragen een afzonderlijke beoordeling. ARVO-adviezen en eventuele aanvullende klantafspraken zijn onderscheiden van wettelijke verplichtingen.